© GBH
GBH op Punks in the Pit – Boom krijgt een old school punk uppercut
Ondanks het gure weer leverde GBH op Punks in the Pit in Boom een overweldigend optreden af dat aanvoelde als een rechtse directe uit de hoogdagen van de punk. Deze legendarische Britse band bewees dat punk nog altijd springlevend is — geen spoor van nostalgische terugblikken, wel pure energie en onversneden attitude.
Vergeet de zoveelste reünie van de Sex Pistols — GBH heeft geen nostalgie of media-ego nodig om relevant te blijven. Wat zij brengen is echt, rauw en compromisloos. Al sinds de vroege jaren tachtig doen ze hun eigen ding, en dat voel je in elke noot.
De set trapte loeihard af met ‘Diplomatic Immunity’ en ‘Drugs Party in 526’, en het publiek werd meteen meegezogen in de maalstroom van riffs, volume en pure punkenergie. GBH speelde alsof ze op volle toeren draaiden sinds 1980 en nooit gestopt waren.
Knallers als ‘Sick Boy’, ‘Maniac’, ‘Gunned Down’ en ‘Hunted’ volgden elkaar in ijltempo op — het voelde als een bulldozer zonder remmen. De band schreeuwde zijn frustraties uit in het nietsontziende ‘I Never Asked for Any of This’, een nummer dat perfect illustreerde waar GBH voor staat: compromisloze punk zonder franjes.
Met ‘Generals’, ‘No Survivors’ en het vurige ‘Give Me Fire’ werd de intensiteit nog verder opgevoerd. ‘Generals’ blijft een van die tracks die je bij je nekvel grijpt — rauw, politiek geladen en messcherp. Het publiek ging volledig mee, schreeuwde elk woord mee en dook massaal de pit in, pint in de lucht en een grijns op het gezicht.
En dan kwam de finale waar iedereen op zat te wachten: ‘City Baby Attacked by Rats’ en ‘City Baby’s Revenge’. Twee klassiekers die nog altijd staan als een huis, generatie na generatie.
GBH toonde zich opnieuw als een van de weinige bands uit hun generatie die nog écht hongerig klinken. Geen routineshow, geen opsmuk — enkel vier mannen uit Birmingham die met een minimum aan middelen een maximum aan impact neerzetten. Net zoals de stad waar ze vandaan komen: grauw, eerlijk en krachtig.
Dat het regende deerde niemand. De band speelde alsof hun leven ervan afhing, en het publiek ging er vol in mee. Dit was geen gewone show, maar een rauwe ervaring die recht onder je huid kroop. GBH bewees dat ze nog steeds tot de top van de punk behoren — authentiek, hard en gedenkwaardig.
Funeral Dress bouwt het ultieme punk feestje
Op zaterdag 20 september was Boom het epicentrum van de Belgische punk tijdens de eerste editie van PunX In The Pit in De Schorre. Funeral Dress, de legendarische band uit Herentals die al sinds de jaren ’80 punk hoog houdt, gaf er een memorabele show — aangekondigd als een van hun laatste.
Vanaf de eerste riffs van “Burn the City” was duidelijk dat ze niet kwamen om rustig uit te bollen. Ook bij ‘Dogs of War’ zat de energie meteen goed, met een mix van jonge pogoërs en oude rotten die voluit meegingen. Zanger Dirk had er duidelijk zin in; de band speelde enthousiast en het publiek genoot zichtbaar.
Tussen de harde knallers door kwam de nieuwe single ‘Ik Mut Just Niks’ voorbij, een punkklassieker in wording in de stijl van Belgian Asociality met het vuur van de punkhoogdagen.
Later kwamen klassiekers als “Death and Glory”, “Wasted Youth” en “Cops Are No Human Beings” voorbij. Funeral Dress hield het tempo strak en rauw, met tussendoor wat gas terug via ‘Come On Follow’ en ‘Down Under’, wat de set mooi in balans bracht.
Halverwege werd het feest compleet met het beruchte “All Politicians Are Cunts”, waarbij twee clowns het podium op stormden en confettislierten fladderden. Het publiek brulde, bier vloog door de lucht en stagedivers vlogen over het publiek — punk op z’n puurst. Let’s face it, in the end we are all just clowns, so let’s enjoy life.
Met ‘A Way of Life’ zette Funeral Dress zijn "once a punk, always a punk" lifestyle krachtig neer. Durf voor jezelf denken, leef voor jezelf — een wijze leuze die perfect past bij de band én het moment. Het energieke ‘Hello from the Underground’ en het anthem ‘Fuck the Fucking Fuckers’, inclusief dansende middelvingerclowns, maakten het feest compleet.
Afsluiten deden ze met ‘Party On’ en het onvermijdelijke ‘Pogo Never Stops’, een belofte die het publiek letterlijk waarmaakte. Het slotnummer ‘Goodbye’ was een mooie ode aan de trouwe fans die het leven van de Funeral Dress muzikanten voor jaren hebben gekleurd.
Funeral Dress bewees dat ze in 2025 nog steeds relevant zijn: een energieke set vol anthems, attitude en feest die hun afscheid in stijl onderstreepte.
Cyclone blaast Boom omver met tijdloze thrash
Op Punks in the Pit in Boom bewees Cyclone nog maar eens dat ze niet zomaar een reliek uit de Belgische metalgeschiedenis zijn, maar anno 2025 nog even relevant, urgent en furieus als in hun beginjaren. Vanaf de eerste noot hing er elektriciteit in de lucht — alsof we rechtstreeks teruggekatapulteerd werden naar de vroege jaren ’80, toen Cyclone mee de fundamenten van de Europese thrash legde.
De band was in topvorm. Geen spoortje roest, wel de kracht en vanzelfsprekendheid van een groep die het DNA van hun genre is gaan belichamen. De ritmesectie hield alles strak en dreigend, de gitaren sneden als messen, en Guido's vocalen waren intens en snedig. Tussen de nummers door zweepte hij met veel bezieling het publiek op, wat de hele set naar een hoger niveau tilde.
Cyclone denderde moeiteloos door een vlammende set vol overtuiging. ‘I Am the Plague’ klonk als een aanklacht tegen alles wat vastgeroest is, terwijl ‘In the Grip of Evil’ en ‘Neurotic’ het publiek meezoog in Cyclones donkere, furieuze klankwereld.
‘Paralysed’, een Bijbels nummer, dobberende op een zee van zalige gitaren, dat zich als een dreigende mantra opbouwde tot een verpletterende climax. Cyclone toont zich hier niet alleen als beul, maar ook als verteller — met nummers die niet enkel slaan, maar ook spreken.
Ook ‘Fall Under His Command’ kreeg een bijzonder geladen uitvoering, met een dreiging die letterlijk in de lucht hing. De snedige intro tot ‘Throw the First Stone’ kwam met een vlijmscherpe boodschap over propaganda en zinloos geweld – woorden die meer dan ooit resoneerden. Het slotakkoord kwam in de vorm van ‘Fighting the Fatal’, een furieuze finale die het vuur nog één keer extra aanwakkerde.
Het publiek ging los: vuisten in de lucht, moshen, headbangen – ieder op z’n manier, maar allemaal meegezogen door de kracht van de muziek. Cyclone bewees opnieuw waarom ze nog steeds veel gevraagd zijn op festivals in binnen- en buitenland: live zijn ze simpelweg genadeloos goed.
Waar sommige tijdgenoten teren op routine en nostalgie, en nieuwe groepen vaak wat te gretig mikken op instant fame en zichtbaarheid, blijft Cyclone hongerig, strak en messcherp de essentie nastreven. En die essentie is, en blijft, simpel: geweldige muziek brengen. Geen franje, geen façade — alleen pure, eerlijke thrash, gespeeld met overtuiging, vakmanschap en vuur. In Boom was het opnieuw raak: intens, luid en beklijvend. Cyclone is niet alleen terug — ze zijn er nooit écht weggeweest.
Ben Nys