Stoomboot in AB Brussel. Een beetje raar is ook wel lekker.
Ik ben terug in het land. Zes maand lang trok ik door Azië om er nieuwe plekken, mensen en muziek te ontdekken. Van de baby metal in Japan tot K-Pop in Korea. Nu ik mij opnieuw in Belgenland bevind, is het tijd om de Vlaamse muziekscene terug op te zoeken. Eerste concert voor mij van 2016: Stoomboot in de AB.
Ik zag de Leuvense Niels Boutsen een aantal jaar geleden op een evenement in Leuven dat wij organiseerden. Hij stond wat frêle en ongemakkelijk in een hoekje van het podium. Zijn liedjes iets te klein precies om ver genoeg te dragen door het geroezemoes van het publiek. Dat de kerel talent heeft is duidelijk. Zo won hij met zijn kleinkunst als jongste deelnemer ooit de Nekkawedstrijd en kreeg voor zijn eerste plaat alleen maar lovende kritieken en hoge noteringen op Radio 1 en Radio 2. Tel daarbij de nominatie voor ‘Beste Doorbraak’ bij de MIA’s en je kunt stellen dat Stoomboot best goed is gestart.
In de AB staat hij met zijn band om er zijn tweede plaat ‘Storm’ te brengen. Er staan stoeltjes en tafeltjes vooraan de Club, iets wat ‘k nooit eerder heb gezien eigenlijk maar het zorgt voor een ongelofelijk huiselijke sfeer. Een manier van spelen waar Boutsen wel van houdt na een meer dan geslaagde huiskamertour. Voor zijn nummers keert hij vaak terug naar eenzelfde thematiek die hij zelf omschrijft als ‘zijn amoureuze puinhoop’. Zijn stemtimbre, bindteksten en bewegingen op ’t podium tonen ook wel een wat stuntelige jongen die het af en toe niet zo goed weet. Een jongen die verdwaald is af en toe. En die duidelijk serieus wat moeite heeft met de meisjes en zijn verwachtingen wat relaties betreft maar ah, een beetje raar is ook best lekker.
Dat hoor je in ‘Dankjewel’ waarin hij een vriendin bedankt die hem na honderden dates laat weten dat ze al 7 jaar een vriend heeft. Een nummer dat zeer licht klinkt op zijn eentje maar zoveel meer body krijgt dankzij de band rond hem. Ook de andere nummers van zijn tweede plaat klinken zoveel volwassener met het ensemble. Het funky ‘Aanhouder’ doet de beentjes bewegen. Al heeft hij het daar over ‘stalk je lief lang genoeg en je hebt een proces verbaal aan je been’.
Af en toe overheerst de band, komt de stem van Boutsen niet boven de percussie en gaat het nummer wat verloren. Dat is ook meteen zijn grootste nadeel en uitdaging. Zijn wat brave, stille stem zou nog net iets meer body moeten krijgen als hij wil blijven met de band touren.
Een Arne Vanhaecke of Jelle Cleymans wordt hij nooit qua humor, losse stijl en sex-appeal naar de dames toe. Dat beseft hij ook wel. Zoals hij zelf zingt ‘Waar zijn al mijn groupies. Elvis had er duizend. Ik heb er geen een.’ Maar meer dan op de eerste plaat hoor ik hier een daar een creatieve vondst, een stukje humor, een leuke twist in de nummers. Iets waar Hannelore Bedert bijvoorbeeld zeer goed in is en waardoor Nederlandse nummers nooit klef worden. Plus in vergelijking met twee jaar geleden zijn de bindteksten dit keer zeer grappig. Een beetje vreemd, een beetje ongemakkelijk maar daardoor wel perfect in staat om een smile op je gezicht te toveren. Hoe hij na een paar nummers toch even laat weten dat het ok met hem is omdat bij eerdere concerten oudere vrouwen naar hem stapten om hem een hart onder de riem te steken. Mooi extraatje tijdens het optreden en vooral een zeer intiem moment, Niels die op z’n eentje een ode brengt aan Zjef Vanuytsel met ‘Zotte Morgen’.
Eervolle vermelding trouwens voor de Nederlandse jongedame Iris Penning die het voorprogramma verzorgde. Met haar loopstation en haar gezonde dosis zelfreflectie en heerlijk Hollandse humor brengt ze breekbare nummers afgewisseld met stevige stukken slam poetry.