"Tot er niets meer overblijft, dan de kern van wat we zijn": Stef Bos © Frank Lambrechts

"Tot er niets meer overblijft, dan de kern van wat we zijn": Stef Bos

door Anne Marie Van Broeck

De concertagenda van Stef Bos’ voorstelling “Kern” loopt naar zijn einde... Nog één optreden in België en enkele in Nederland. Maar zelfs al is Stef binnenkort niet meer in de zalen te horen en zien (spijtig voor hen die het gemist hebben), zijn nieuwe album ligt in de winkels. Om stilletjes van te genieten.

Stef Bos bracht in het concert vorige zaterdagavond (Arenberg, Antwerpen) de liedjes van zijn laatste album “Kern”, over de elementen die voor hem zeker in de kern, - de kern des levens -, horen, ingeleid met persoonlijk observaties en verhalen uit zijn verleden. Deze nieuwe songs werden aangevuld met Papa, Vuur, Wodka, Witsand, en Is dit nu later, liedjes die perfect aansloten bij dit thema. De zoektocht naar de kern, heeft zichzelf al eerder, misschien soms onbenoemd en onzichtbaar, in zijn leven en oeuvre genesteld. Zo was er zes jaar geleden immers ook al Dichter bij de kern, een liedje dat dus evenmin kon ontbreken in dit concert.

Stef Bos heeft een repertoire van naadloos in elkaar overvloeiende, elkaar aanvullende liedjes. Hij zingt “we zijn allemaal een woord in een eindeloze zin” (Rivier van tijd), en zo zijn ook zijn liedjes allemaal zinnen in een eindeloze tekst. Zijn teksten bezingen al jaren een aantal terugkerende onderwerpen. Universele teksten maar toch steeds zo herkenbaar van de hand van Stef Bos, telkens vanuit een ander perspectief, een nieuw standpunt, ... een beetje verder op de weg, hetzelfde verhaal.

We zijn nog hier en altijd weer

Opnieuw begonnen

Met andere woorden

Voor hetzelfde verhaal

(Bakzeil)

Het verhaal van Stef Bos is dat van een man die met open armen, maar zoekend in de wereld staat, evenwichten zoekt, altijd vragen blijven stellend, ...

Wat teveel is achter laten

En weer teruggaan naar de bron

Altijd vragen blijven stellen

Tot je niet meer weet waarom

(..)

Open staan voor wat je bang maakt

Open staan voor wat zich sluit

(De kern)

[Ik] open mijn armen voor wat komen zal

(Geen verweer)

En naar de essentie zoekt. Dit laatste doet hij ook tekstueel, zijn teksten zijn ook dit keer zeer puur, uitgepuurd, en zonder teveel tierlantijntjes, zoekt hij het onbenoembare te benoemen, ...

Het onbenoembare benoemen

Het onverklaarbare verklaren

En altijd blijven zoeken

Voorbij de grens

Van wat wij denken

Voorbij de grens

Van wie wij zijn

Voorbij onszelf

En wat we kennen

Het onverlangbare verlangen

Het onverzoenbare verzoenen

Het onbereikbare bereiken

En altijd blijven zoeken

(Het roer moet om)

Stef zoekt daarbij steeds de grenzen op, om deze te verleggen, voorbij de grens te gaan, zichzelf te overstijgen. Een parel die ik wil koesteren is zijn uitspraak: “de ruimte is oneindig als je maar je grenzen verlegt”. Ook: “Het is niet de ruimte die kleiner wordt, het is jij die groeit.” En, de verwijzing naar de eindeloze ruimte, het oneindige heelal, waar je kan worden wie je bent (cfr Witsand in de gebrachte versie)

Tijd en stromende rivieren (en de omliggende landschappen) komen ook nu in verschillende liedjes terug, zoals uiteraard in de Rivier van tijd.

Het leven is een sprong

In een rivier van tijd

De stroming die beweegt

Het landschap trekt voorbij

(Rivier van tijd)

Maar wat me nu trof, waren de steeds terugkerende ogen in zijn liedjes. De ogen van een ander om zichzelf te leren kennen (“je leert jezelf pas kennen in de ogen van een ander”), te verliezen of jezelf terug te vinden.

En je kunt jezelf soms verliezen

In een wereld die verandert

Maar je vindt jezelf altijd terug

In de ogen van de ander

(De kern)

Maar vooral, het kijken naar de wereld met de ogen van een ander, van geliefden, vaak overledenen. Zo beschrijft Stef hoe hij de wereld ziet door de ogen van zijn vader, of zingt hij al tegen zijn kind:

Later als ik dood ben

Wil ik wonen in jouw ogen

Om jou te laten zien

Waar ik zelf blind voor was

(Later als ik dood ben)

Een verbondenheid, een in elkaar vervlochten zijn, met geliefden, vaak overledenen, over de generaties heen, vertolkt Stef ook :

Uit een lange rij van mensen

Die nog diep in jou bestaan

(..)

Jij komt ons in jezelf tegen

Want al vind je ook de vrijheid

Wij blijven in elkaar gevangen

(Welkom in de wereld)

En nu ben ik waar zij [zijn ouders] toen waren

En al zijn ze weg, ze zijn nog steeds een deel van mij

(Achter in de rij)

Tenslotte: de blauwdruk van het leven. Er is een blauwdruk van het leven, iedereen loopt tegen hetzelfde aan. Anderen hebben het al voor je meegemaakt, het beschreven, daar kan je je voordeel mee doen. Een wijze les van Stef Bos’ vader.

Wel, dank je Stef, voor jouw liedjes die ik steeds meenam op mijn wandeling door het leven, nu, achter in de rij... En ik kijk uit naar wat volgt.

Kijk om

Er is een zee van ruimte

Kijk om

Er is een zee van tijd

Er is nog zoveel om te doen

Met wat geweest is

Zoveel onvoltooid verleden tijd.

(..)

Wij lopen achter in de rij.

Niemand die ons volgt,

Wij hebben alle tijd

Als we willen zijn we vrij

Want we lopen achter in de rij

En als wij willen zijn wij vrij

(Achter in de rij)

Lees meer

Alle artikels →