© Edwin Houdevelt
Meer dan muziek: mijn eerste metalfestival als totaalbeleving
Metal was voor mij altijd iets abstracts. Het bestond uit één naam: Linkin Park. De rest hoorde bij een wereld die ver weg leek - harder, donkerder en vooral onbekend. Tot ik, min of meer toevallig, meeging naar een meerdaags indoor metalfestival in België.
Wat begon als nieuwsgierigheid, eindigde als verwondering. Niet alleen door de muziek, maar door de mensen, de sfeer en de manier waarop metal hier werd beleefd. Tribute bands brachten niet enkel klassiekers tot leven - ze sloegen bruggen tussen generaties en genres. Van pure heavy metal tot epische kracht en theatrale shockrock: elke band droeg bij aan een totaalervaring die me compleet verraste.
Dit is het verhaal van mijn eerste echte metalfestival — en waarom het me meer raakte dan ik ooit had verwacht.
Zaterdag 2 mei – Mijn eerste echte metalfestival
Metal was voor mij altijd iets abstracts. Iets dat bestond uit één naam: Linkin Park. Dat was de band waar ik mee opgroeide in Afrika – de enige vorm van “metal” die mij bereikte via radio, cd’s en later YouTube. De rest voelde ver weg. Te hard. Te Europees misschien. Tot mijn vriend - fotograaf op het festival - me vroeg of ik eens mee wilde naar een metalfestival in België. Ik zei ja. Nieuwsgierig, maar zonder echte verwachtingen. Wat ik op zaterdag 2 mei meemaakte, had ik nooit kunnen voorspellen.
Een eerste indruk vol warmte
Bij het openen van de poorten om 12:00 verwachtte ik een harde, gesloten wereld. Wat ik aantrof, was het tegenovergestelde. Zwart geklede mensen, bandshirts met namen die ik niet kende, maar vooral: glimlachen, ontspannen gesprekken en een open sfeer. Ondanks het vroege uur en het mooie lenteweer buiten liep de zaal verrassend goed vol. Ik voelde me geen buitenstaander. Niemand keek raar op. Integendeel: mensen knikten, lachten, maakten spontaan een praatje. Dit was geen intimiderende scène — dit was een gemeenschap.
Een zware start die meteen duidelijk maakt waar je staat
De eerste band van de dag was Restless, een tribute aan Accept. Een metalavond openen is altijd een test: meteen de aandacht grijpen en de toon zetten. Dat lukte hier zonder omwegen. Vanaf de eerste seconden hing er een elektrische spanning in de zaal. Het geluid was dicht en frontaal, diep geworteld in de Duitse heavy‐metaltraditie waar elke riff gewicht moet hebben. Geen lange intro’s, geen rustige opbouw — de impact was direct en rauw.
Wat me het meest verraste, was de zanger. Geen klassieke metalfrontman, maar een man van middelbare leeftijd, met grijzende haren, een bril en een klein bierbuikje. Hij deed me een beetje denken aan onze fotograaf. Meer lieve opa dan metalicoon — en toch werkte het perfect. Geen pose, geen façade, alleen overtuiging en zichtbaar plezier.
Helemaal vooraan bleef een beeld hangen: een heel jong kind, op de schouders van zijn mama, grote ogen, volledig mee in de muziek.
Jong geleerd, dacht ik. Dit was geen afgesloten wereld. Dit werd doorgegeven.
Klassieke metal, maar anders dan verwacht
Met Dallas 1 PM, tribute aan Saxon, verschoof het geluid richting Britse heavy metal. De energie bleef hoog: rauw, direct en zonder franjes. De zanger zag er totaal anders uit dan ik had verwacht. Niet zoals Biff Byford, maar eerder als Meat Loaf: groot, expressief en vocaal sterk. Later hoorde ik dat deze tribute zelfs erkend is door de originele Saxon‐leden. Er werd minder meegezongen — het was nog vroeg en sommige nummers zijn minder bekend — maar de aandacht was er.
Van verbazing naar bewondering
Bij Berserker, het Amon Amarth‐tribute, veranderde alles. Volledig tegen de verwachting in bleek de band uit Italië te komen, niet uit Scandinavië. En toch brachten ze de sfeer en vibe van het originele Zweedse Amon Amarth verbluffend overtuigend: zware drums, massieve gitaren en een intense, bijna rituele uitstraling. Het publiek ging er volledig in mee — zonder agressie, alleen vreugde.
“Ik verwachtte boosheid, maar ik zie vooral vreugde,” zei ik later.
Hier begon ik het écht te begrijpen: metal gaat niet over afkomst, maar over gevoel en overgave. Een herkenbaar gezicht en pure meezingers
Met Concrete Priest verscheen een vertrouwd gezicht terug op het podium: dezelfde zanger als bij Dallas 1 PM. Painkiller kwam eerst binnen als een mokerslag, gevolgd door Breaking the Law, en plots zong werkelijk iedereen mee.
Dit voelde niet als een tribute, maar als een gedeeld metalmoment.
De top act: Alice Cooper in volle shockrock‐glorie
Welcome 2 My Nightmare, het Alice Cooper‐tribute, was zonder twijfel één van de hoogtepunten. Een meeslepende hommage waarin muziek, theater en visuals naadloos samenvloeiden.
Met indrukwekkende decors, sterke lichtregie en iconische scènes — van het baby’tje met twee hoofden tot de wurging en ophangscène — werd het shockrock‐erfgoed van Alice Cooper alle eer aangedaan. Choquerend, maar stijlvol en perfect gedoseerd.
“Ik wist niet dat metal zóveel show kon zijn,” dacht ik.
Epiek en gemeenschap: Manomore als Manowar‐ervaring.
Manomore bracht geen concert dat je beluistert, maar één dat je beleeft. Episch, krachtig en intens. De band belichaamde het Manowar‐universum: bezielde zang, snijdende riffs en een bijna theatrale présence die zorgde voor een collectieve trance.
Hier werd metal gemeenschap.
Een afsluiter om nooit te vergeten: Iron Maiden met hoofdletter M
Up The Irons sloot af met een dijk van een set: nummers uit Caught Somewhere in Time, aangevuld met The Number of the Beast, Fear of the Dark en Run to the Hills. De band speelde retestrak, met topzang en loepzuivere twin‐gitaren. Overal zag ik Iron Maiden‐T‐shirts — een teken dat dit publiek hier al lang klaar voor was. En zelfs voor mij voelde de magie onmiskenbaar.
Meer dan concerten: een echte totaalbeleving
De organisatie maakte duidelijk bewust werk van een totaalervaring. Dit was een driedaags indoorfestival, voorafgegaan door een gratis vooravond op donderdag. Eten en drinken aan democratische prijzen, een metal market met vinyl en T‐shirts, een pop‐up tattooshop en zelfs een lokale demon‐actrice die het publiek speels liet schrikken — alles droeg bij tot de sfeer.
Meer dan muziek
Wat mij het meest bijbleef, was niet alleen de muziek, maar de mensen.
Metal bleek geen harde muur, maar een open deur.
Ik kwam mee als de vriendin van een fotograaf.
Ik ging naar huis als iemand die metal écht heeft gevoeld.
En ja - Linkin Park zal altijd speciaal blijven.
Maar nu weet ik: dit is waar die muziek naartoe leidde.
Carroline Pounga Kadji