Prong bewijst het opnieuw: Compromisloos, Rauw en Ongenadig © Prong speelt een daverende set en laat de Casino achter als een rokende krater

Prong bewijst het opnieuw: Compromisloos, Rauw en Ongenadig

door Sandra Van Watermeulen
Prong speelt een daverende set en laat de Casino achter als een rokende krater

Ik herinner me nog levendig hoe Prong begin jaren ’90 opdook op VPRO in het programma Firma Onrust. Ze speelden daar live “Beg to Differ” en dat was voor mij zo’n moment waarop alles even stilviel. Wat een rauwe kracht, wat een performance... het droop van de muren. Ik weet nog dat ik toen dacht: die moet ik zo snel mogelijk live gaan zien.

Alleen liet dat moment even op zich wachten. Pas rond de periode van “Prove You’re Wrong” zag ik ze uiteindelijk in de VK, een geweldig optreden dat nog altijd in mijn geheugen gegrift staat. Fast forward naar 7 maart in De Casino. Prong bewees daar dat hun compromisloze sound nog altijd overeind staat: strakke, hoekige riffs, die typische mechanische groove en een band die zonder franjes song na song afvuurt.

Tommy Victor en bassist Jason Christopher gingen bij elk nummer voluit, terwijl de metalclassics elkaar in sneltempo opvolgden. Tyler Bogliole ramde op zijn drums alsof zijn leven ervan afhing. Het publiek gierde van plezier, zong luidkeels mee en slamde de boel aan flarden.

De band stak meteen van wal met catchy uptempo nummers zoals “Revenge... Served Cold”, aangevuld met sterke songs uit State of Emergency en het aan Killing Joke schatplichtige Rude Awakening. Afgewisseld met nummers als “Non-Existence”, gedragen door een machtige deinende riff, en het vlijmscherpe “The Descent”, met zijn dreigende sloganrefrein: “this is the beginning, the beginning of the end.” De toon was meteen gezet. “Breaking Point”, met zijn kenmerkende break-riff, klonk als vintage Prong — een soundtrack voor een wereld die duidelijk op springen staat.

Daarna was het tijd voor een aantal kleppers uit Cleansing, de pioniersplaat waarop Prong de brug sloeg tussen crossover thrash en industrial metal. “Broken Peace” werd luidkeels door de hele zaal meegebruld en langzaam maar zeker ontstond de eerste slamdance. Tommy en Christopher hadden er duidelijk zin in en joegen het publiek om beurten verder op. Het uptempo “Cut Rate” kwam binnen als een knock out en als voorbode van een aantal andere sterke nummer uit dat album. Dit alles mondde uit in een ware charismadans tussen band en publiek, met een absoluut hoogtepunt tijdens “Beg to Differ” — voor mij nog altijd een soort metal-lijflied. Een nummer over anders zijn, zogenaamd aanvaard worden terwijl de medemens er eigenlijk niets van begrijpt. De zaal ontplofte volledig. De slam werd een flipperkast: stage divers, crowdsurfers en een publiek dat volledig losging.

Daarna volgde de machtige meekbede “For Dear Life”, waarna “One Outnumbered” vanaf de eerste noot dreigend en apocalyptisch klonk. Tommy leefde elke noot, grimassen inbegrepen, terwijl de menigte geen seconde meer stilstond. Met “Unfortunately” werd het een dans der wilden, een rauwe uitbarsting van pure energie. Christopher ramde op zijn bas alsof zijn leven ervan afhing en de drummer ramde even zelfs zijn drum aan flarden.

En dan moest het machtige slot nog komen. “Another Worldly Device” liet Sint-Niklaas daveren, waarna “Whose Fist Is This Anyway?” de zaal volledig losgooide. Vuisten in de lucht, iedereen door het lint. “Snap Your Fingers, Snap Your Neck” bracht deze geweldige metalavond naar zijn absolute hoogtepunt en bij “Lost and Found” at het publiek opnieuw uit Tommy’s hand. De bassist ontbond nog eens zijn duivels en dook zelfs mee de slamdance in —en het publiek wist niet meer waar het het had.

De finale uppercut kwam met “Prove You’re Wrong”. Wie er niet bij was, had het simpelweg mis. Prong speelde een daverende set van meer dan twee uur en liet De Casino achter als een rokende krater. Een splinterbom van een optreden van misschien wel één van de meest onderschatte bands uit de metal. Hun backcatalog spreekt voor zich — en live bewijzen ze telkens weer waarom.

Toch nog een kleine kanttekening. De hardcore-gedachte — we zijn gelijk en respecteren elkaar — leek bij een paar concertgangers op de eerste rij soms ver te zoeken. De fotografe van dienst vernederen of gereserveerde plekjes claimen alsof het privéterrein is, dat hoort simpelweg niet thuis op een concert.

Laat ons vooral samen genieten van die gedeelde passie voor muziek. Een concert is tenslotte geen ‘alleen(be)leving’, maar een collectieve ontlading. Individualisme zien we al genoeg in de wereld rondom ons — in een concertzaal mag het gerust even anders zijn. Al bij al was dit was een uitstekende passage van Prong. Leuven, wees gewaarschuwd — jullie krijgen nog een zalige Prong-avond voorgeschoteld.

Ben Nys

Lees meer

Alle artikels →